Inventarisatie IPv6

Inleiding
Voor de IPv6 Task Force Nederland heeft er een inventarisatie onder Internet Service Providers plaats gevonden om het beleid, de strategie en verwachtingen ten aanzien van de invoering van IPv6 peilen. De deelnemende ISP’s zijn KPN (Planet Internet), XS4ALL, Scarlet en Casema. Dit rapport geeft een overzicht van de huidige IPv6 services, het beleid en de te verwachten problemen bij invoering.

IPv6 services
Momenteel wordt er bij ISP’s getest met IPv6 met IRC servers en Usenet News servers. Deze worden over native IPv6 aangeboden. Er wordt echter nog niet veel gebruik gemaakt van deze services, ongeveer 1 procent van de XS4ALL gebruikers heeft wel eens gebruik gemaakt van een van deze services over IPv6 (ca. 2000 unieke gebruikers). Bij veel ISP’s worden er nog helemaal geen IPv6 services aangeboden. Vaak wordt er wel intern geëxperimenteerd in de vorm van laboratorium opstellingen, ten behoeve van kennis opbouw.

Beleid
Bij meerdere ISP’s bestaat nog geen beleid ten opzichte van IPv6. De voornaamste reden hiervoor is dat de noodzaak nog niet gezien wordt. Dit wordt aan het eind van dit rapport verder toegelicht.

Bij investeringsbeleid verschillen de strategieën. Bij sommige ISP’s wordt IPv6 zeker meegenomen als eis aan de nieuwe apparatuur, terwijl bij andere daar nog niet op gelet wordt. Aan kennisoverdracht wordt vaak wel wat gedaan in de vorm van interne kennisoverdracht tussen collega’s bij lezingen. Bij het selecteren van nieuw personeel wordt niet specifiek om deze kennis gevraagd.

Uitrol
Er zijn verschillende uitrolstrategieën bij de ISP’s. De meest gehoorde is dat het core-netwerk vaak al geschikt is voor IPv6, aangezien hier wat geavanceerdere en nieuwere apparatuur staat dan in de access-netwerken. Verder komt het voor dat de accesnetwerken niet tot het eigen netwerk van de ISP’s behoren en zij dus geen beslissingen over deze apparatuur kunnen nemen. De apparatuur in deze netwerken zijn vaak nog niet zo modern dat ze IPv6 ondersteunen.

Aangezien de gemiddelde vervangingstijd van een netwerk ongeveer 3 jaar bedraagt, zal het vanaf het moment dat besloten is om bij nieuwe aanschaf IPv6 als eis mee te nemen, nog minimaal 3 jaar duren voordat de accesnetwerken ook IPv6 geschikt zijn. Dit is nog niet bij alle ISP’s een eis bij het vervangen van apparatuur.

Bij Scarlet is de strategie juist omgekeerd. Zodra er applicaties zijn die veel unieke IP adressen nodig hebben bij bepaalde klanten, wordt het accesnetwerk met de IPv6 techniek uitgerust en wordt het verkeer over de core getunneld. Zo kunnen de investeringen gespreid worden gedaan en alleen de stukken netwerk bij de klanten waar het nodig is IPv6 geschikt gemaakt worden.

Bottlenecks
Bij het invoeren van IPv6 zijn er nog een aantal praktische problemen boven komen drijven, die hieronder toegelicht worden.

Er zijn nog geen betaalbare IPv6 geschikte ADSL modems. De huidige modems zijn nog niet geschikt voor IPv6 en ISP’s willen niet in één keer alle modems terug halen en vervangen, dus zal ook hier de vervangingscyclus van een paar jaar in acht genomen moeten worden. Een remote firmware update zal waarschijnlijk door de modemfabrikanten niet ondersteund worden.

De administratieve applicaties bij de service providers ondersteunen nog geen IPv6. De registratie van klanten en dergelijke is nog niet geschikt om IPv6 adressen kunnen registreren. Deze software zal aangepast moeten worden voordat een commerciële IPv6 service aan klanten aangeboden kan worden.

Een ander aspect is dat er een aftapverplichting van email bestaat in de wet en deze niet met IPv6 gehandhaafd kan worden. Het zit wel in de specificatie van IPv6, maar het is nog niet geïmplementeerd.

Daarnaast zijn er nog wat problemen met netwerkapparatuur zoals loadbalancers die nog niet goed met IPv6 om kunnen gaan en ook firewalls die niet berekend zijn op IPv6.

Noodzaak
Tot slot zien veel ISP’s de noodzaak van IPv6 niet in. Dit kan de volgende redenen hebben.

Bij de deelnemende ISP’s zijn er nog genoeg IP adressen beschikbaar om nog in ieder geval één jaar en vaak nog meerdere jaren vooruit te kunnen zonder nieuwe adressen aan te moeten vragen. Er zijn op het moment geen killerapplicaties in ontwikkeling die om veel IP adressen vragen. Bij de nieuwere applicaties zoals VoIP en IPTV zijn er al mogelijkheden om gebruik te maken van NAT, zodat unieke IP adressen niet noodzakelijk zijn.

Grotere private netwerken ook wel walled gardens genoemd zijn makkelijker te beheren dan het open Internet. Veel corporate netwerken zijn op deze manier van de buitenwereld afgeschermd. Service providers kunnen hun klanten in een private IP space zetten, waardoor ook de billing makkelijker is. Hierdoor kan het probleem van het opraken van IPv4 adressen vermeden worden.

IPv6 wordt gezien als een technology push waar nog geen vraag naar is in de markt. Pas zodra de markt vraagt om IPv6 in de vorm van applicaties die veel unieke adresruimte nodig hebben of alleen op IPv6 kunnen draaien, zal er aan het invoeren van IPv6 gedacht worden.

Daarnaast zijn de partners waarmee samengewerkt wordt, zoals leveranciers, nog niet bezig met IPv6. Bijvoorbeeld bij Casema is dit de voornaamste reden. Op het moment dat de partners waarmee samenwerkt overstappen naar IPv6 zullen zij daarin volgen, maar zien niet de noodzaak in hierin een voorlopers rol te vervullen.

Conclusie
Uit de inventarisatie kan geconcludeerd worden dat de meeste ISP’s nog niet bezig zijn IPv6 in te voeren en ook nog niet de noodzaak zien om dit binnenkort te gaan doen.